Na de dood; nog steeds hetzelfde liedje

Afsterven van de psychologische structuur, waarmee de geest zich heeft geïdentificeerd – en er is geen verschil tussen de maatschappelijke en de individuele structuur – sterven ten opzichte van iedere minuut, iedere dag, iedere handeling; los zijn van het onmiddellijke van de genoegens en het voortduren van het leed en de totaliteit van dat sterven met al wat het inhoudt kennen, dat en dat alleen brengt de toestand teweeg, waarin men de vraag kan stellen: „wat is de dood?”

Men kan niet discussieren met de lichamelijke dood, maar alleen zij die weten hoe van ogenblik tot ogenblik te sterven, kunnen het opgeven een onmogelijke dialoog met de dood te houden. Van ogenblik tot ogenblik te sterven voorkomt de degeneratie van de geest, die onophoudelijk verleden op verleden stapelt. Dit ononderbroken sterven betekent een ononderbroken vernieuwing, een frísheid, die niet behoort tot de wereld van de zich in tijdsduur afspelende continuïteit. Zulk sterven is scheppen. Scheppen is dood en liefde.

Dus zolang je leeft ben je net als de rest van de wereld, in dezelfde stroom, in dezelfde beweging. En als je . Ik vraag me af of u begrijpt wat ik zeg? Alleen de mens die volledig gewaar is van zijn conditionering, zijn bewustzijn, de inhoud ervan beweegt; hij is niet in die stroom. Maak ik dit duidelijk?

Dus, ik ben hebzuchtig, jaloers, ambitieus, meedogenloos, gewelddadig – u ook. En dat is ons dagelijks leven, kleinzielig, autoriteit aanvaardend, ruzie makend, bitter, onbemind en verlangend bemind te worden, de kwellingen van eenzaamheid, onverantwoordelijke relaties – dat is ons dagelijks leven.

En we zijn net als de rest van de wereld, het is een enorme eindeloze rivier. En als we sterven zullen we net als de rest meebewegen in dezelfde stroom als toen we nog leefden. Maar de mens die zichzelf radicaal begrijpt, die alle problemen in zichzelf psychologisch heeft opgelost, is niet van die stroom.

Hij is eruit gestapt.

De mens die zich van de stroom losmaakt heeft een totaal ander bewustzijn. Hij denkt niet in begrippen van tijd, continuïteit of onsterfelijkheid. Maar de andere man of vrouw zit er nog wel in.

Dus dan rijst het probleem: wat is de relatie van de mens die eruit is tot de mens die erin is? Wat is de relatie tussen waarheid en realiteit? Realiteit is dus,  zoals we zeiden, alle dingen die het denken heeft opgebouwd. De grondbetekenis van het woord realiteit is ding of dingen. En levend in de wereld van de dingen, wat realiteit is, willen we een relatie aangaan met de wereld die geen dingen heeft – wat onmogelijk is.

Wat we dus zeggen is dat het bewustzijn, de totale inhoud ervan, de beweging van tijd is. In die beweging zijn alle mensen gevangen. En zelfs als ze doodgaan gaat die beweging door. Dit is een feit, het is zo. En de mens die de totaliteit hiervan ziet – dus de angst, het genot en het immense lijden dat de mens zichzelf en anderen aandoet, de totaliteit daarvan en de aard en de structuur van het zelf, het “ik” , het volledige, werkelijke begrijpen daarvan – die mens is uit die stroom. Dat is de crisis in het bewustzijn.

We proberen al onze menselijke problemen, economisch, sociaal, politiek, op te lossen binnen het gebied van dat bewustzijn in tijd. Ik vraag me af of u dit ziet? Daardoor kunnen we het nooit oplossen. We schijnen de politicus of de priester of de analist of iemand anders te aanvaarden, alsof hij de wereld zou kunnen redden. En zoals we zeiden, de mutatie in het bewustzijn is het beëindigen van tijd, wat het beëindigen van het “ik” is dat door tijd is geproduceerd.

Kan dit plaatsvinden? Of is het gewoon een theorie zoals zo vele andere?

Kan een mens, kunt u, dit werkelijk doen? Als u het doet zal het de totaliteit van het bewustzijn beïnvloeden. Dat betekent dat in het begrijpen van je zelf wat het begrijpen van de wereld is – want je bent de wereld – er niet alleen mededogen ontstaat maar ook een totaal ander soort energie. Deze energie met het mededogen geeft een totaal ander soort handelen. Een handelen dat totaal is, niet fragmentarisch.

Waarheid en werkelijkheid blz. 126, r.20

 

Timeless Today