De kernvraag; contact met de feiten of niet

We slaan, hoop ik, ons eigen doen en laten, onze eigen geest oplettend gade om er oog voor te krijgen, hoe onze handeling en wilsuitingen zijn. Ik herhaal nog eens: wat we willen is onafhankelijk van het feitelijke, van dat ‘wat is”; het wordt door het zelf, en door wat het zelf wil, bepaald – niet door dat “wat is’ maar door wat het zelf wenst. En die wens hangt weer van de omstandigheden af, van het milieu, van de cultuur en zo meer; hij staat los van het feitelijke. Vandaar tegenstrijdigheid en verzet tegen dat “wat is” en dat is energieverspilling.

Handelen betekent nu te handelen – niet morgen, niet dat je gehandeld hebt. Handelen speelt zich af in het heden. Is handeling zonder denkbeeld, zonder patroon, zonder voorstelling denkbaar? – een soort handelen dus zonder weerstand in de vorm van wilsuiting? Want daar waar wil is, is tegenstrijdigheid, weerstand en inspanning en dat is verspilling van energie. Daarom zou ik er achter willen komen of er een handelen bestaat, zonder wilselement als uiting van weerstand waarmee het “mezelf” zich doet gelden.

Volgens mij zijn we slaven van de bestaande cultuur, we zijn eigenlijk die cultuur, en als we tot een volledig ander soort handelen, een totaal ander soort leven willen komen en daardoor tot een volledig andere cultuur – niet een anti-cultuur, maar iets van een heel andere orde – dan moeten we tot inzicht komen in het hele vraagstuk van de wil. De wil behoort tot die oude cultuur, die van de eerzucht en de streefzucht, die van de zelfhandhaving en agressie van het “mezelf’. Wil er een volkomen andere levenswijze ontstaan, dan moet je tot inzicht komen in die kernvraag, die luidt: is handeling bestaanbaar zonder patroon, zonder voorstelling, ideaal of vaste overtuiging?  Terwijl een op kennis en dus op het verleden gebaseerd ~ en daardoor geconditioneerd – handelen geen werkelijk handelen is. Het is geconditioneerd en afhankelijk van het verleden en daardoor schept het onvermijdelijk disharmonie en daarmee conflicten. Daarom wíl ik te weten komen of er een soort handelen bestaat zonder enig wilselement, waarin totaal geen sprake is van keuze.

Onlangs zeiden we, dat waar verwarring heerst, kiezen onvermijdelijk ís. Iemand, die de dingen heel duidelijk voor zich ziet (zonder dat er neurose of koppigheid in het spel is) heeft niets te kiezen. Keuze, wilskracht, weerstand – het in actie gekomen “mezelf” – is verspilling van energie. Bestaat er een soort handelen, dat niets met dit alles van doen heeft, zodat onze geest wel in deze wereld leeft, en op het vlak van de kennis functioneren kan en toch vrij is om te handelen zonder belemmerd te worden door de beperkingen van de kennis? De spreker zegt, dat er zo’n handelen zonder weerstand, zonder dat het verleden tussenbeide komt, zonder respons van het ‘mezelf’ bestaat. Dat is ogenblikkelijk handelen, omdat het zich niet afspeelt op het gebied van de tijd – en tijd is het gisteren, dat met al zijn kennis en ervaringen, vandaag handelt, zodat morgen al door het verleden is bepaald. Er bestaat een soort handelen dat volledig is, omdat het ogenblikkelijk is, en waarin onze wil niet in werking treedt. Om dat te ontdekken  moet de geest eerst leren gadeslaan, leren zien. Zolang onze geest iets ziet volgens een patroon van hoe jij zou behoren te zijn, of hoe ik zou behoren te zijn, hoort ons handelen tot het verleden. Mijn vraag nu is: bestaat er handeling zonder beweegreden, handeling in het heden, die geen tegenstrijdigheid, geen onrust
en conflicten schept? Zoals ik al zei, een geest, die opgevoed en geoefend is in een cultuur, waarin wil en opzet zowel de overtuiging als het functioneren als de daden bepaalt, kan natuurlijk niet handelen in de zin waar wij het hier over hebben, want die is geconditioneerd. Maar kunnen de ogen van de geest- van jullie geest- opengaan voor die conditionering, zodat hij er zich van losmaakt en in staat is, anders te handelen? Wanneer mijn geest er door opvoeding in-geoefend is vanuit wilskracht te functioneren, kan hij onmogelijk begrijpen wat het betekent zonder wil, zonder opzet te handelen. Daarom gaat het er mij ook niet om erachter te komen hoe ik onopzettelijk moet handelen, maar om te zien of mijn geest zich van zijn conditionering kan bevrijden, van de conditionering van de opzettelijkheid. Dat houdt me bezig, en als ik een blik in mezelf sla zie ik, dat alles wat ik doe een verborgen beweegreden heeft en voortvloeit uit de een of andere onrust, of vrees, uit het haken naar voldoening en bevrediging enzovoort. Is het nu mogelijk, dat de geest zichzelf daar ogenblikkelijk van bevrijdt, om op een andere manier te kunnen handelen?

Daarvoor zal de geest moeten leren, hoe hij moet gadeslaan. Het is volgens mij de kernvraag of deze geest de een produkt is van tijdsgebeuren, van diverse culturen, ervaringen en van kennis, met geconditioneerde ogen kan gadeslaan? Dat wil zeggen: kan hij, omdat hij bevrijd is van zijn conditionering, ogenblikkelijk werken? Daarom zal ik moeten leren mijn conditionering gade te slaan zonder en en er iets aan, te veranderen of om te vormen, of om eraan te ontstijgen. Ik zal in staat moeten zijn hem gade te slaan zoals hij is. Zodra ik er iets aan wil wijzigen, breng ik mijn wil weer tot handeling. En als ik eraan probeer te ontlopen, betekent dat dat er opnieuw weerstand in het spel is. Zodra ik één deel wil aanhouden en het andere verwerpen, houdt dat opnieuw een keuze in. En keuze, daar heb ik al op gewezen, betekent verwarring. Vandaar de vraag of ik, of deze geest, hier zonder enige weerstand, zonder ook maar enigszins te kiezen iets kan gadeslaan? Kan ik de bergen en de bomen, mijn buren, mijn gezin, de regeerders of de priesters zonder enig beeld gadeslaan? Een beeld vertegenwoordigt het verleden. Daarom moet de menselijke geest tot gadeslaan in staat zijn. Wanneer ik eenmaal dat “wat is’ in mezelf en in de wereld zonder weerstand gadesla, dan ontstaat uit die ogenblikkelijke waarneming handeling, die geen wilsprodukt is. Begrijpt u?

Ontwakende intelligentie, blz. 88, r.3
Jiddu Krishnamurti